Het noodlot slaat toe
Op een ogenschijnlijk gewone ochtend in mei 1810 voltrekt zich op de boerderij van Willem Wondergem in Cortgene een noodlottige scène. Louis Janzs Eijkenhout vertelt op 20 mei 1810 aan Schout en Scheepenen van Cortgene dat in de voormiddag omstreeks elf uuren, op de bovengemelde Hofsteede meerdere Franse soldaten zijn gekomen.
Een gedeelte van de soldaten gaat de schuur binnen, een andere gedeelte in het woonhuis. Er wordt “een Partij Snaphaanen teegen den muur langs den ingang na den deur van het Huijs” neergezet. Een van de Franse soldaten laat de Snaphaan zien aan een zekere Guilleam en …. tot grote schrik en ontsteltenis van Louis, de getuige, valt Guilleam neer. Niet alleen de getuige is enorm geschrokken, ook de Franse soldaat zelf en zijn makkers. Iedereen op de Hofsteede is nu in rep en roer.
Helaas weten we niet hoe het verder is gegaan. Het proces-verbaal eindigt met de standaard zinnen, dat de getuigenis naar waarheid is afgelegd, dat de getuige verklaard dit alzoo gehoord en gezien te hebben en bereid is om zo nodig dit onder Ede te verklaren. Het is dus waarschijnlijk een noodlottig ongeval geweest.

dat hij Deponent daarop groote ontsteltenis in het gelaat van den zelven soldaat heeft vernoomen en gezien dat hem het snaphaan uit de handen is gevallen dat hij deponent hierop van schrik na de schuur is geloopen en na korten tijd aldaar geweest te zijn vernam dat den meergemelden Guilleam was dood geschooten
