Streekdracht

Streekdracht

De Noord-Bevelandse klederdracht maakte vroeger deel uit van het dagelijks leven op het eiland. Aan de kleding kon men vaak zien wie iemand was, bijvoorbeeld of iemand getrouwd was, rouwde of op zondag naar de kerk ging. Rond 1900 was de streekdracht op Noord-Beveland het populairst. Mensen droegen sieraden om hun kleding te versieren. Bij overlijden droegen zij speciale rouwkleding en zwarte sieraden. Daarna gingen steeds minder mensen streekdracht dragen. Eerst gebeurde dat in de steden en later ook op het platteland. Op Noord-Beveland verdween de streekdracht rond 1960

Zeeuws Archief, Historisch-Topografische Atlas Middelburg (HTAM), nr B-438 

De sluiermuts en de kapothoed

Voor vrouwen bestond de dracht uit meerdere lagen. Een belangrijk onderdeel was de sluiermuts. De Noord-Bevelandse sluiermuts bestond uit een geborduurde bol van Lierse naaldkant, met daaraan een brede strook katoenen tule. Aan de tule werd een kantstrook van Rijsselse kloskant gezet. Aan de breedte en de hoeveelheid patronen kon men zien hoe rijk de draagster was. Daarboven droegen vrouwen soms een kapothoed, ook wel een kipje of kiepje genoemd. Dit was een klein hoofddeksel dat boven op de sluiermuts werd gedragen. De hoed kon versierd zijn met veertjes, bloemen of linten. Sieraden werden alleen gedragen als ze nieuw waren.

“Kipje” of kapothoed, Noord-Beveland, voor 1948 | Modemuze. (z.d.-b). https://modemuze.nl/collecties/kipje-kapothoed-noord-beveland-voor-1948 

Verandering van de dracht in de negentiende eeuw 

Op een prentbriefkaart uit de periode 1890-1900 is een vrouw te zien in traditionele Noord-Bevelandse klederdracht. De dracht op Noord-Beveland veranderde in de loop van de tijd. Vóór het midden van de negentiende eeuw gingen vrouwen in de noordelijke Zeeuwse eilanden ook moderne japonnen dragen, al bleven er kleine regionale verschillen bestaan. In het tweede kwart van de negentiende eeuw ontstond er bovendien onderscheid tussen boeren- en burgerkleding. Op Schouwen-Duiveland en Tholen was de boerendracht rijker dan de burgerkleding, terwijl op Noord-Beveland juist het omgekeerde gold.

Bron:Zeeuws Archief, Zeeuws Genootschap, Zelandia Illustrata, Prentbriefkaarten, nr 9314 

Mannenkleding en streekidentiteit 

Mannen droegen eenvoudigere kleding, zoals een broek, hemd en vest. Ook bij hen gold dat de kleding op feestdagen netter en verzorgder was dan doordeweeks. De klederdracht liet zien dat men trots was op de eigen streek en gewoonten. Op Noord-Beveland is de mannendracht bovendien veel eerder verdwenen dan op Zuid-Beveland. 

Het verdwijnen van de traditionele klederdracht  

In de loop van de twintigste eeuw verdween de traditionele klederdracht steeds meer uit het dagelijks leven. Toch blijft de Noord-Bevelandse dracht een belangrijk onderdeel van het cultureel erfgoed. Het vertelt iets over het leven, de sociale verhoudingen en de identiteit van de inwoners van het eiland.